Inloggen:


Gebruikersnaam:
Wachtwoord:
Onthouden?:


Statistieken


Er zijn 1 geregistreerde gebruikers online.
Online gebruikers:

  • Bing [Bot]

Totaal aantal leden: 941
Ons nieuwste lid is Semosaur

Home » Articles » Japanse zwaardtermen

Articles      

Japanse zwaardtermen

Door Ger

Voor veel zwaardenliefhebbers, zowel oude rotten als nieuwelingen, zijn de Japanse termen en uitdrukkingen niet altijd duidelijk. Wat een Katana is, begrijpt iedereen nog wel, maar wie kent het begrip Kinsuji? Daarom hier de Nederlandse betekenis met uitleg. Eventueel om te leren, maar ook om terug te kunnen kijken als je het even niet meer weet. Voor de echte "hardcore liefhebbers" staat onderaan nog een gedeelte over het construeren van zwaarden.

Aikuchi

Kleine tanto zonder tsuba. Werd vaak verborgen onder kleding gedragen, vaak door vrouwen.

Ashi

Smalle kanaaltjes van zachter staal uitlopend van de ji tot de hamon. Letterlijk betekent ashi "benen". Men beweert dat deze onregelmatigheid in de hamon voorkomt dat er grote stukken af kunnen breken van de snijkant.

Bo'hi

Breed type hi.  

Boshi

De zichtbare hardingslijn (hamon) op de kissaki.

Choji

Hamon in de vorm van een paddestoel of klaverblad.

Chokuto

Recht zwaard.

Gunome

Hamon in de vorm van een halve cirkel.

Ha

Snijkant.

Habaki

Metalen kraag om te voorkomen dat het zwaard de binnenkant van de saya (schede) raakt.

Habuchi

Hardingslijn welke de overgang tussen hard en zacht staal toont.

 

Hada

Sporen van het smeden.

 

Hamachi

Inkeping die het begin van de scherpe kant markeert.

 

Hamon

Het patroon dat gevormd wordt door de habuchi.

 

Hi

Is een gat/groeve aan de bovenkant van het blad. Het wordt door veel mensen abusievelijk de “bloedgroeve” genoemd. Dit is echter onjuist, de groeven zijn er om het gewicht van het blad te beperken (balans dichter bij de tsuba) en als je een goede beweging maakt hoor je door deze groeven een “woosh” geluid. (wordt o.a. bij iaido op getraind)

 

Horimono

Gravure in het blad.

 

Inazuma

Betekent letterlijk: " vergrendelde bliksem". Bedoeld worden de strepen van gehard staal in een verticaal zigzag model in de overgangszone van de habuchi.

 

Ito

Vlechtwerk dat de tsuka om de nakago houdt.

 

Ji

Bladoppervlak boven de hamon.

 

Jihada

Patroon op het oppervlak van het blad of de Ji.

 

Katana

Zwaard met gekromde kling. De katana verving de tachi in het midden van de Muromachi periode en was nog steeds in gebruik aan het eind van de Edo periode. Over het algemeen waren ze 60 cm (2 shaku) of langer. Over het algemeen werd het gedragen in combinatie met een kortere variant, de wakizashi, tijdens de Edo periode. Samen wordt dit Daisho genoemd.

 

Ken

Recht zwaard dat gemaakt werd in het vroege Japan. In de Heian periode vervangen door de tachi.

 

Kinsuji

Betekent letterlijk ”Gouden lijnen”. Bedoeld worden de horizontale stroken van gehard staal in de habuchi.

 

Kissaki

Punt van een zwaard.

 

Kojiri

Kap aan het eind van de saya (schede), ook wel een term voor het eind van de saya zelf.

 

Ko Nie

Kleine stukjes gehard staal, martensiet kristallen, in de habuchi. De grootte ervan ligt tussen die van nie en nioi.

 

Koshirae

Alle onderdelen van het zwaard, omvat de saya, tsuba, tsuka, menuki, habaki, kashira, sageo en andere onderdelen.

 

Kurikata

Een oog in de saya welke gebruikt wordt om de sageo om de saya te knopen.

 

Mei

Handtekening van de zwaardsmid. Wordt gezet op de nakago.

 

Mekugi

Bamboe pin welke de tsuka bevestigd aan de nakago.

 

Mekugi ana

Een gat in de Nakago voor de een bamboe pen, de mekugi, zodat de Nakago wordt gefixeerd in de Tsukagi.

 

Menuki

Versiering dat over de mekugi geplaatst wordt,  en de tsuka op de tang houdt. Zorgt tevens voor betere grip.

 

Mune

Rug van het blad.

 

Mune-machi

Einde van de mune, waarna de Nakago begint.

 

Nagasa

Lengte van het blad.

 

Nakago

Ook wel tang genoemd, het doorlopende deel van het blad in het handvat.

 

Nie

Klein stukje gehard staal, martensiet kristallen, in de habuchi welke groot genoeg zijn om met het blote oog te zien.

 

Nihonto

Verzamelterm voor Japanse zwaarden. Omvat ken, naginata, yari, tachi, katana, wakizashi en tanto.

 

Nioi

Klein stukje gehard staal, martensiet of perliet kristallen, in de habuchi., te klein om met het blote oog te zien. Met het blote oog lijken het “mistige” gebiedjes.

 

Notare

Onregelmatige golvingen in de hamon.

 

Sageo

Koord waarmee de saya aan de riem wordt bevestigd tijdens het dragen.

 

Same/Samegawa

Roggehuid of haaienhuid dat het handvat bedekt.

 

Saya

Schede

 

Shinogi

Rand die de hoek van het blad bepaald.

 

Shinogiji

Blad boven de shinogi.

 

Shirasaya

Houten opbergschede (“rustplaats”) waar zwaarden voor langere tijd worden opgeborgen, ontdaan van alle koshirae.

 

Sori

De mate van kromming van het blad.

 

Sugata

Vorm van het zwaard

 

Suguha

Rechte hamon.

 

Suriage

Een verkorte nakago, meestal als gevolg van het verkorten van een tachi tot een katana.

 

Tachi

Lang zwaard dat gebruikt werd bij de vroege samoerais te paard. Van de Heian tot de vroege Muromachi periode. Tachi hebben meestal een grote kromming, sori, zijn meestal tussen 65 en 70 cm lang.

 

Tanto

Japanse variant van een dolk.

 

Togi

De polijsting van het blad. Dit gaat verder dan het scherpen, het is zo fijn dat het de eigenschappen van het blad zichtbaar worden.

 

Toran

Hamon in de vorm van een golf.

 

Tsuba

Scheidt het handvat van het blad, voorkomt tevens dat het zwaard door de hand glijdt en men met de hand langs het blad glijdt.

 

Tsuka

Handvat

 

Ura

Achterkant.

 

Wakizashi

Kort zwaard dat normaal gedragen word in combinatie met de langere katana. De snijkant is tussen 30 en 60 cm lang. Vormt samen met de katana een daisho.

 

Yakiba

Snijkant.

 

Yasuri mei

De vijlsporen op de nakago die mede dienen voor een betere grip in de tsuka.

 


Termen gebruikt bij het construeren van zwaarden

Tot zover de algemene begrippen. Hieronder een uitleg van begrippen die gebruikt worden bij het construeren van zwaarden. Soms worden bij de uitleg metaalsoorten benoemd. Voor de mensen die dit niet kennen is onderaan een korte toelichting te vinden.

Denkai tetsu

Ijzer gemaakt van schroot in een elektrolystische oven. Het is 99.99% puur ijzer.De smid voegt zelf de benodigde hoeveelheid koolstof toe tijdens het smeden volgens het oroshigane proces.

 

Hagane

Harder staal (hoger koolstofgehalte) wat gebruikt wordt voor de snijkant van het blad als het geconstrueerd wordt volgens de hon sanmai gitae methode.

 

Hizu-kuri

Het blad vormgeven vanaf de sunobe. Het blad wordt in kleine gedeelten verwarmd en geslagen.

 

Hon sanmai gitae

Een minder vaak toegepaste methode voor het construeren van een zwaard, waarbij drie stukken harder staal, kawagane, voor elke kant van het blad een stuk zacht shingane als kern en een speciaal stuk harder staal, hagane, voor de snijkant.

 

Kera

Het ruwe staal dat geproduceerd wordt in de tatara. Ongeveer de helft van het staal is tamahagane en klaar om een zwaard van te maken. Het overige staal kan gebruikt worden nadat het koolstofgehalte is aangepast volgens het oroshigane proces in de smederij.

 

Kaji-oshi

Uiteindelijke vormgeving van het blad met een tekenmes, vijlen en ruwe polijsting door de smid.

 

Kawagane

Harder staal (hoger koolstofgehalte) gebruikt als startmateriaal om het lichaam van het zwaard te maken. Het koolstofgehalte ligt tussen 1,0 en 1,5%.

 

Kitae

Het smeden of vouwen van staal om het geschikt te maken voor het vervaardigen van een zwaard.

 

Kobuse gitae

De meest gebruikelijke manier om een zwaard te vervaardigen. Een buitenkant van kawagane met een kern van shingane.

 

Nakago-shitate

De tang completeren met een vijl.

 

Oroshigane

Het proces dat gebruikt wordt om het koolstofgehalte van staal aan te passen. Het koolstofgehalte wordt verhoogd door het staal te verwarmen, beginnend bij de top. Er wordt houtskool verbrand totdat het staal de bodem heeft bereikt. Het koolstofgehalte wordt verlaagd door er lucht overheen te blazen en het staal te verwarmen, zodat het koolstof zich bindt met de in de lucht aanwezige zuurstof tot koolstofmono-oxide en in de lucht verdwijnt.

 

Satestu

Ijzererts.

 

Sen

Het tekenmes dat gebruikt wordt om het blad de juiste vorm te geven. Gemaakt van zeer hard staal en wordt gebruikt door keer op keer kleine laagjes metaal weg te schrapen.

 

Shiage

Het blad vormgeven met een sen en een vijl.

 

Shingane

Zacht staal (koolstofgehalte lager dan 0,5%) dat gebruikt wordt voor de kern van het zwaard.

 

Shitagitae

Begin van het smeedproces, de eerste 6 vouwen.

 

Sunobe

Blank staal, klaar voor het verwerken tot een zwaard.

 

Tamahagane

Ruw staal dat gebruikt wordt voor het lichaam van het blad.

 

Tatara

De smeltkroes. Het verbrand houtskool met ijzererts om het tamahagane te vormen.

 

Tsuchi-oki

Het blad bedekken met een dunne laag modder, bestaande uit klei, houtskoolpoeder en verpulverde omurasteen, voorafgaand aan het harden. De dikte van de klei bepaald de snelheid van afkoelen als het hete blad in water gedoopt wordt tijdens yaki ire. De gedeelten van het blad die snel afkoelen vormen de harde staal structuur. De gedeelten die langzaam afkoelen gaan langzaam terug naar de zachtere vorm. Dit zorgt voor de hamon op het uiteindelijke zwaard.

 

Yaki-ire

Het harden van staal door het te verhitten van af te koelen in water. De snijkant van het blad heeft een dunne laag klei, de rest een dikkere laag. Als het staal wordt verwarmd tot ± 700-900 °C zal het kristallijn staal veranderen in de structuur die austeniet heet. Als het snel genoeg wordt afgekoeld, op de plaatsen waar een dunne laag klei is, veranderd het staal in martensiet. De rest van het staal koelt langzaam genoeg af zodat het teruggaat naar de originele perliet structuur. Het grootste deel van de kromming wordt verkregen door het verschil in uitzetting tussen de dunne snijkant en de dikkere achterkant van het blad.

 

Yaki-modoshi

Ontlaten van het staal na yaki ire om de interne spanningen eruit te halen. Het blad wordt verhit tot ongeveer 150 °C en vervolgens ondergedompeld in water.

 


 

Staalsoorten

Een korte uitleg van de verschillende staalsoorten die hierboven genoemd worden. Er zijn nog meer vormen, maar deze zijn in relatie tot zwaarden het belangrijkste.

Austeniet

Structuur van staal die nodig is om het staal te kunnen harden. Kan bereikt worden bij ± 700-1500 °C.

Cementiet

Cementiet is een chemische binding van drie ijzeratomen en een koolstofatoom (Fe3C), ook wel ijzercarbide genoemd. Erg hard, maar ook bros materiaal. Een voorwerp dat voor 100% uit cementiet bestaat is onbruikbaar, het valt als sigaretten-as uit elkaar.

Ferriet

Staalstructuur met fijne kristallen, erg zacht. Vormt samen met cementiet de structuur die perliet genoemd wordt.

Martensiet

Martensiet is een structuur die ontstaat bij het harden van staal. Het harden van staal gebeurd door snelle afkoeling vanuit het austeniet gebied. Door deze snelle afkoeling krijgt de koolstof die in het austeniet zit opgelost niet de tijd om uit het kristalrooster te diffunderen. De roostervorm wordt door de koolstof verstoord, waardoor er spanningen in de structuur ontstaan, wat uiteindelijk het materiaal hard maakt.

Perliet

Microstructuur van gietijzer of staal, die bestaat uit afwisselende laagjes cementiet en ferriet.

 

Home » Articles » Japanse zwaardtermen